Ganzen vormen een waardevol en karakteristiek onderdeel van de Scheldenatuur. Soorten zoals Grauwe gans, Brandgans en Kolgans zijn typische wintergasten in het Vogelrichtlijngebied op de Linkerscheldeoever. De combinatie van open polderlandschap, natte natuurgebieden en productieve landbouwpercelen maakt het gebied bijzonder aantrekkelijk voor overwinterende ganzen.
De impact van een groeiende populatie
Waar deze soorten vroeger in de zomer grotendeels naar hun noordelijke broedgebieden trokken, blijven steeds meer ganzen ook tijdens de zomermaanden in onze regio aanwezig. Deze trend is waarneembaar in heel West-Europa en hangt samen met de beschikbaarheid van voedsel en geschikte natte natuurgebieden. Daarnaast speelt klimaatverandering vermoedelijk een rol in de verschuivingen van populaties. Naast de groeiende populatie overzomerende ganzen hebben we ook exoten zoals Canadese gans en Nijlgans die jaarrond aanwezig zijn.
Dit leidt tot schade in zowel landbouw-, haven- en natuurgebieden. In natuurgebieden leidt de hoge ganzendruk tot vermesting van water door nutriënten uit uitwerpselen, grote schade aan rietvegetaties en verstoring van broedgebieden van kwetsbare soorten. In de landbouw veroorzaken grote groepen ganzen vraatschade aan gewassen en graslanden. Intensief grazen en betreden van percelen kan bovendien de bodemstructuur aantasten, waardoor graslanden verslempen en moeilijker te beheren worden. Wil je weten wat je kan doen als landbouwer klik dan hier. Ook binnen de havencontext doen zich knelpunten voor: uitwerpselen vervuilen infrastructuur en terreinen, en grote groepen vogels kunnen in bepaalde situaties een risico vormen voor de veiligheid van havenactiviteiten.
Ganzenplan
Om deze uiteenlopende uitdagingen op een gecoördineerde en evenwichtige manier aan te pakken, werken natuurbeheerders, landbouworganisaties, havenpartners, overheden en jagers samen binnen een Werkgroep Ganzen. Er wordt in de werkgroep deze gewerkt aan een gebiedsgericht ganzenplan. De verschillende knelpunten worden besproken en concreet aangepakt. In samenspraak met de landbouwers kijken we naar preventieve maatregelen en schadevergoedingen. Samen met jagers, natuurverenigingen en overheden wordt daarnaast ingezet op populatiebeheer via het schudden van eieren, ruivangsten en gerichte bejaagacties.
Populatiebeheer in een complex gebied als de Linkerscheldeoever is echter altijd maatwerk. Elke actie wordt continu geëvalueerd op basis van efficiëntie, veiligheid en de impact op de lokale fauna. Hierbij hanteren we een strikt afwegingskader: het hoofddoel in de natuurgebieden blijft altijd het herstellen en behouden van de natuur in de best mogelijke staat. Dat betekent dat de overlast van ganzen constant wordt afgewogen tegen de tijdelijke verstoring die een beheeractie met zich meebrengt. Dit gebeurt in samenspraak met het INBO en de boswachter. Op deze manier zoeken we continu naar de juiste balans tussen ecologische bescherming en noodzakelijk beheer.